Ontwikkelingen en stand van zaken december 2009
Voorwoord In een recente beschikking van de Rechtbank Dordrecht wordt de LRGD-registratie genoemd als aanbeveling voor het benoemen van een deskundige. Dat is goed nieuws. Meer daarover onder ‘Interessante vonnissen’. Goed nieuws op een geheel ander vlak komt van de rechtbank Amsterdam. Die staat door haar benoemde deskundigen toe marktconforme tarieven in rekening te brengen. De samenvatting van een daarover genomen beslissing vindt u terug in deze nieuwsbrief. Met gemengde gevoelens kunnen wij melden dat de Raad voor de tuchtrechtspraak bemenst is met een drietal prominente leden. De aanleiding om leden te werven voor deze tot nu toe onbemande Raad is, dat een binnengekomen klacht in behandeling moet worden genomen. Gelukkig hebben wij een aantal prominenten die gepokt en gemazeld zijn in de toepassing van tuchtrecht bereid gevonden hebben om zitting te nemen in de Raad. Verderop in deze nieuwsbrief stellen wij ze graag aan u voor. Zoals ook in eerdere nieuwsbrieven steeds het geval was, zijn er ook weer enkele nieuwe inschrijvingen in het register te melden. Kortom, voldoende aanleiding om u weer een nieuwsbrief te sturen, wel met bemerking dat de nieuwe telecomwet het ons, wat dat betreft niet gemakkelijk maakt. Wij verzoeken u om het artikel over dit onderwerp nauwkeurig door te nemen en daarop eventueel te reageren, wanneer u, ondanks de zorgvuldige controle van ons adresbestand, deze LRGD-Nieuwsbrief krijgt terwijl u daarop geen prijs (meer) stelt.
In deze nieuwsbrief:
· De nieuwe Telecomwet en de LRGD-Nieuwsbrief
· Voorzitter en leden van de Raad voor de tuchtrechtspraak
· Inschrijvingen en een doorhaling op eigen verzoek
· Tarieven deskundigen
· Vernieuwde website LRGD
· Interessante vonnissen
De nieuwe Telecomwet en de LRGD-NieuwsbriefPer 1 juli 2009 is de Telecommunicatiewet gewijzigd ten aanzien van de anti-spamregelgeving. Het LRGD conformeert zich uiteraard aan deze regelgeving en heeft in het kader daarvan haar adressenbestand zorgvuldig gecontroleerd. Bovendien wordt gebruik gemaakt van het vangnet dat de wet aanreikt, namelijk door het toevoegen in elke e-mail van de mogelijkheid tot opt-out. Wanneer daarvan gebruik gemaakt wordt, wordt het adressenbestand direct aangepast en krijgt de geadresseerde een bevestiging van zijn uitschrijving uit het adressenbestand. Wanneer een geadresseerde, ondanks de getroffen maatregelen ongevraagd een LRGD-nieuwsbrief ontvangt kan dat dus gelijk de laatste zijn.
Vragen over dit onderwerp kunt u richten aan bestuur@lrgd.nl.Wij zullen steeds proberen die binnen enkele dagen te beantwoorden.
Voorzitter en leden van de Raad voor de tuchtrechtspraakHet bestuur heeft in december 2009 de voorzitter en de leden van de Raad voor de tuchtrechtspraak benoemd. Wij stellen hen graag aan u voor.
mr. P.A. Wackie Eysten (voorzitter)
Piet Wackie Eysten (1939) was advocaat in Den Haag van 1967 tot 2005 (De Brauw Blackstone Westbroek), heeft ervaring als rechter-plaatsvervanger en was van 1986 tot 1989 landelijk deken van de Nederlandse Orde van Advocaten. Hij was o.a. bestuurslid van het Nederlands Mediation Instituut (NMI) en is thans nog actief als arbiter en mediator. Hij is plaatsvervangend voorzitter van de Raad van Beroep in tuchtzaken van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en plaatsvervangend lid van de Raad van Beroep voor de Koninklijke hofhouding. Piet Wackie Eysten publiceert regelmatig, onder andere in het Tijdschrift Conflicthantering en het Tijdschrift voor Arbitrage, waarin hij uitspraken bespreekt van de Stichting Tuchtrechtspraak Mediation. mr. mr. J.S.W. Holtrop (lid van de Raad voor de tuchtrechtspraak)
Solco Holtrop is vice president van het gerechtshof 's-Gravenhage. Van daar uit is hij gedetacheerd als voorzitter van het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg in Amsterdam, terwijl hij ook meer andere functies in de tuchtrechtspraak (onder andere advocatuur) vervult.
drs. J.G. Groeneveld RA RV
Joost Groeneveld is LRGD geregistreerd Gerechtelijk Deskundige met als vakgebied business valuation en als specialiteit het begroten van bedrijfsschade.
De drie leden van de Raad vormen een college dat uitstekend toegerust is voor zijn taak met enerzijds juristen die gepokt en gemazeld zijn in de toepassing van tuchtrechtspraak. Anderzijds heeft de Raad, doordat Joost Groeneveld daarin ook zitting neemt, goed zicht op het werkveld van de gerechtelijke deskundigen.
Nieuwe inschrijvingen en een doorhaling op eigen verzoekSinds de vorige nieuwsbrief van september 2009 zijn er 3 deskundigen in het register opgenomen. (Wanneer u op de naam klikt en verbonden bent met het internet, krijgt u de registerinformatie van de betreffende deskundige in beeld) Begin december 2009 zijn zes deskundigen voorgedragen voor registratie. Zij die worden eind december geregistreerd, tenzij er binnen de in het betreffende reglement bepaalde termijn bezwaren binnenkomen.
1. mevr. drs. I. Lampaert op het vakgebied kunstwetenschappen
2. dhr T. Notenboom RA RV op het vakgebied accountancy, Business Valuationen
3. dhr Dhr. Ing. C.G. Verdoorn RE, FUEDI-ELEAA op het vakgebied technische varia
(gepubliceerd 8 december 2009)
1. dhr. Dr M.J.H.M. Herpers MD, Ph.D op het vakgebied verzekeringsgeneeskunde
(gepubliceerd 10 december 2009)
2. dhr. Mr.W.H.A.C. Campman re FUEDI ELAE op het vakgebied Aansprakelijkheids- en recall schades en schadevaststelling
3. dhr. drs. C.A.M. Barbiers RE RA op het vakgebied EDP-audit en accountancy
4. dhr. J.H. van den Elshout re op het vakgebied Scheepsbouw en (scheeps)techniek
5. dhr. ing. H.J.G.J. Arntz re op het vakgebied Scheepvaart & techniek
6. dhr. drs. G.J.A.M. Holdrinet RA RV op het vakgebied Accountancy, Business Valuation
Kees Takkenberg legt zijn praktijk neer
Prof. Dr. Ir. C.A.T. Takkenberg, een van de ‘founding fathers’ van het LRGD en de eerste voorzitter van de PE-commissie, heeft verzocht zijn registratie door te halen, omdat zijn gezondheid hem niet langer toelaat om opdrachten voor het uitbrengen van deskundigenbericht te aanvaarden. Het bestuur heeft dat verzoek, met pijn in het hart, inmiddels gehonoreerd en wenst Kees, ook op deze plaats nog eens, het allerbeste toe.
Adressengids voor de Rechtspraktijk
De gegevens van geregistreerde deskundigen worden ook doorgegeven aan uitgever KSUH voor opname in de Adressengids voor de Rechtspraktijk. Op de internetsite van KSU is alle informatie over de gids te vinden.
Tarieven deskundigenNiet ongebruikelijk is, dat procespartijen verrast worden door de kostenbegroting van een door de rechter benoemde deskundige. Uit hun reacties blijkt veelal weinig begrip voor de tijd die een deskundige moet besteden aan zijn onderzoek, aan zijn rapportage en het reageren op de opmerkingen en verzoeken van partijen. De nauwgezetheid waarmee een deskundige te werk dient te gaan kost nu eenmaal veel tijd en een begroting van het voorschot is niet meer dan dat. Hoe hoog de uiteindelijke kosten worden moet nog worden vastgesteld en als het voorschot achteraf bezien te hoog was, wordt het overschot teruggestort. Toch is men soms verrast dat de deskundige een marktconform tarief rekent dat veelal hoger ligt, dan dat van de gemiddelde handwerksman en soms het tarief van de procesadvocaat overstijgt. Die verrassing kan vermeden worden door te participeren in het wettelijk voorgeschreven overleg van de rechter met partijen over de persoon van de deskundige en de aan hem te stellen vragen.[1] Het tarief kan daarbij natuurlijk ook aan de orde gesteld worden.
Procespartijen dringen soms aan op de benoeming van een deskundige die “alles weet” van het product of de dienst waarnaar onderzoek gedaan moet worden. Daarmee miskennen zij dat een deskundige zich, net als de rechter, in beginsel dient te beperken tot informatie die de partijen aandragen en niet op eigen gezag zal oordelen, bijvoorbeeld of een product of dienst voldoet aan de daaraan redelijkerwijs te stellen eisen. Hij zal zijn eigen onderzoek doen en zijn eigen afweging maken, maar conclusies van een deskundige zullen steeds gebaseerd dienen te zijn op verifieerbare feiten. Verzuimt een partij de nodige feiten aan te dragen, dan is de door de rechter benoemde deskundige niet geroepen de partij met de minder goede advocaat te hulp te komen.
Zo schrijven Pitlo, Hidma en Rutgers “Het is nadrukkelijk niet de taak van een deskundige om door middel van onderzoek gegevens boven tafel te krijgen die niet door partijen zijn aangevoerd of waarover geen (duidelijk) standpunt is ingenomen. Uitgangspunt bij het voorleggen van vragen aan een deskundige is met andere woorden dat het moet gaan om ten processe verdedigde standpunten, waaromtrent de rechter tot aanvulling van zijn eigen wetenschap de voorlichting van die deskundige behoeft.”[2]
In de concrete casus die de redactie toegestuurd kreeg, schreef de rechtbank Amsterdam in oktober 2009 het volgende.
“De rechter is van oordeel dat de urenbegroting van de deskundige op voorhand niet bovenmatig voorkomt; bovendien zal het uiteindelijk gaan om de daadwerkelijk bestede uren; de deskundige heeft toegezegd deze te zullen specificeren.
De rechter acht het gehanteerde uurtarief hoog, maar niet zodanig hoog dat nu weer naar een andere deskundige zou moeten worden gezocht, gezien de daarvan te verwachten vertraging.
De rechter merkt daarbij op dat hij zich er bij de keuze van de deskundige van bewust is geweest dat dit een deskundige was die een relatief hoog tarief in rekening zou brengen. De rechter heeft de deskundige gezien zijn specifieke deskundigheid niettemin verkozen.
De deskundige wordt verzocht indien zich (uitzoek)werkzaamheden voordoen die door een lager betaalde medewerker van zijn kantoor kunnen worden verricht, deze werkzaamheden uit te besteden en ook overigens de kostenwaar mogelijk te beperken.
De deskundige zal zich dienen te beperken tot de door de rechtbank gestelde vragen, maar alleen al gezien de slotvraag zal zijn onderzoek niet 'fragmentarisch' kunnen zijn.”
Voor deskundigen is deze brief een aanmoediging om de rug recht te houden en niet – zoals partijen soms proberen – in discussie te gaan met procespartijen over de hoogte van het voorschot. Wanneer de met de bewijslast belaste partij het voorschot niet kan betalen is er voor natuurlijke personen de mogelijkheid om een toevoeging te vragen. Voor rechtspersonen geldt die mogelijkheid in beginsel niet en zal, ingeval vanwege de kosten moet worden afgezien van het leveren van het bewijs, de consequentie in beginsel zijn dat de procedure wordt verloren. Dat kan wellicht bij oppervlakkige beschouwing onrechtvaardig geacht worden, maar gerechtelijke deskundigen worden (slechts) benoemd om de rechter te helpen bij het vormen van zijn oordeel en niet om onrecht te bestrijden.
Vernieuwde website LRGDLater dan gepland maar eerder dan gehoopt is de nieuwe website van het LRGD in gebruik genomen (het blijft ICT en bovendien in belangrijke mate vrijwilligerswerk). In het weekend van 21 en 22 november is de inhoud van de bestaand website geconverteerd naar de nieuwe website. Daarvan zullen de bezoekers, als het goed is, niets gemerkt hebben. Nieuw is dat op de nieuwe website aanmeldingen voor registratie door de aanvrager zelf worden ingevuld, waarna de hele procedure automatisch op de juiste momenten, de juiste mensen attendeert op de te nemen volgende stap in het proces. Om te voorkomen dat er iemand buiten de boot zou vallen – nieuwe functionaliteit wil nog wel eens haperen – houdt webmaster Nico Keijser de nieuwe aanmelders de komende weken “aan de hand” en leidt hij hen door de procedure. Vanaf begin volgend jaar, bericht daarover volgt nog, kunnen de geregistreerde deskundigen bepaalde gegevens, bijvoorbeeld bij een verhuizing, zelf aanpassen. Alle aanpassingen worden vooralsnog kritisch bekeken en pas doorgevoerd/zichtbaar gemaakt voor de bezoekers van de site, nadat vastgesteld is dat de wijziging geen (ongewilde) gevolgen heeft voor de juistheid en de volledigheid van de gepubliceerde gegevens. Op de gegevens die bepalend zijn voor de registratie, zoals vakgebied, lidmaatschap van een beroepsorganisatie en opleiding ziet de Commissie van Toelating uiteraard scherp toe op eventuele wijzigingen. Ook zal de CvT het fysieke dossier up-to-date houden, zodat van elke geregistreerde deskundige ook een ‘papieren’ dossier voorhanden is, waaruit blijkt dat betrokkene voldoet aan de toelatingscriteria en dat de ‘blauwe handtekening’ bevat onder de verklaring van elke deskundige dat zijn toelating gebaseerd is op het verstrekken van juiste en volledige gegevens.
Interessante vonnissenIn de ‘Nieuwsbrief Uitgesproken actueel’ van de Rechtspraak, worden regelmatig uitspraken opgenomen, die voor deskundigen interessant kunnen zijn. De vonnissen zijn te lezen door te klikken op de link met het LJN-nummer hierna, of door op www.rechtspraak.nl te zoeken op het betreffende LJN-nummer.
LJN: BJ8356, Rechtbank Dordrecht 9 september 2009
In haar beschikking (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJN nummer) overweegt de rechtbank Dordrecht onder 5.4.1. “Van der Wees heeft zonder nadere motivering volstaan met bezwaar te maken tegen de door de gemeente voorgestelde deskundige Koestering. De Gemeente daarentegen heeft gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen benoeming van de door Van der Wees voorgestelde deskundige Leendertse en daarbij onweersproken aangegeven op grond waarvan de heer Koestering in het onderhavige geval in het bijzonder is gekwalificeerd om als deskundige te worden benoemd. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het voorkeur verdient dat de heer Koestering, die ruime ervaring heeft als gerechtelijk deskundige en is ingeschreven in het Landelijk Register van Gerechtelijke deskundigen,[cursivering red.] zal worden benoemd teneinde het onderzoek ter zake van bedrijfsschade te verrichten. De heer Koestering heeft de rechtbank desgevraagd laten weten onafhankelijk te zijn ten opzichte van partijen en in staat en bereid te zijn een deskundigenbericht in deze zaak uit te brengen.”
Het is, voor zover de redactie bekend is, voor het eerst dat in een op www.rechtspraak.nl gepubliceerd vonnis de LRGD-registratie zo expliciet wordt genoemd als relevante overweging bij het maken van een keuze voor een deskundige. Hopelijk gaat dit vaker voorkomen.
In juni 2009 diende de zaak waarin de hierboven genoemde vonnissen zijn gewezen. Die vragen oproepen naar “het sop en de kool”. De zaak draait – kort gezegd – om schadeloosstelling door het Hoogheemraadschap Van Schieland en de Krimpenerwaard, voor de onteigening van een dijktalud in verband met de verbreding van de Lekdijk. De eigenaren menen dat de grond meer waard is dan de vergoeding die daarvoor wordt geboden en hebben het op een procedure aan laten komen. Zoals voorspelbaar is in dit soort zaken, schakelde de rechtbank deskundigen in om zich voor te laten lichten over de waarde van de grond. Ook hebben de procespartijen zich laten bijstaan door deskundigen. Al met al zijn de kosten voor de deskundigen opgelopen tot astronomische hoogte. Deze vijf vonnissen maken duidelijk dat beter geschikt had kunnen worden door de grondeigenaren royaal te compenseren, want de kosten van eigen deskundigen en van door de rechter benoemde deskundigen zijn opgelopen tot een bedrag, dat in geen enkele verhouding meer staat tot het financiële belang van de zaak.
Voor wie daarin aardigheid heeft, ligt er een aardige puzzel om alle bedragen onder de kerstboom op te zoeken, op te tellen en een totaalbeeld te schetsen. De redactie zal de eventueel ingezonden uitkomsten graag publiceren in de volgende LRGD-nieuwsbrief en volstaat op dit moment om u dit zoekplaatje aan te reiken.
Abonnement
Wanneer u wekelijks per e-mail een overzicht wilt ontvangen van de in die week gepubliceerde uitspraken, kunt u zich opgeven voor de ‘Nieuwsbrief Uitgesproken actueel’ via de website van de Rechtspraak www.rechtspraak.nl.
Vakantie
Het secretariaat van het LRGD is tussen Kerst en Oud en Nieuw gesloten. In die periode kan er dus enige vertraging ontstaan bij de afhandeling van post etc..
Ten slotte maakt het bestuur van de gelegenheid gebruik om u prettige feestdagen en een in alle opzichten voorspoedig 2010 toe te wensen!
Jan Vis, voorzitter
Ben Slijk, secretaris
Peter Vos, penningmeester
[1] Art. 194 lid 2 Rv en art. 195 Rv
[2] Hidma, T.R. en Rutgers, G.R., Het Nederlands burgerlijk recht, deel 7, Bewijs, Deventer: Kluwer 2004, p173
|